Bedrijven halveren budgetten salarisverhogingen

Dat blijkt uit onderzoek van Towers Perrin onder 71 (middel)grote ondernemingen.
Nederlandse bedrijven hebben de beschikbare budgetten voor loonsverhogingen bijna gehalveerd tot 2 procent. In het najaar van 2008 was er voor 2009 nog een gemiddeld salarisbudget gepland van 3,8 procent. Driekwart van de 71 bedrijven die hebben meegewerkt aan het onderzoek heeft daadwerkelijk het budget verlaagd. Circa 20 procent zegt geen aanpassingen te hebben gemaakt en hetzelfde percentage te hanteren als eerder in 2008 geraamd. Een derde van de ondervraagde bedrijven geeft aan verlaging niet voldoende te vinden en over te willen gaan tot het bevriezen van de lonen.


Koopkracht
Uit het onderzoek blijkt verder dat we met ons salarisbudget momenteel nog maar zo’n half procent boven het inflatiecijfer zitten. Wat dat voor de koopkracht van individuen betekent is niet precies duidelijk: de meesten gaan er iets op vooruit, maar de verschillen kunnen in de praktijk best groot blijken te zijn. Rob Okhuijsen van Towers Perrin: ‘Los van de salarisontwikkelingen, spelen er voor de koopkracht natuurlijk ook tal van andere factoren mee, zoals verschillende sociale premies en de algehele staat van de economie. Ook de kabinetsmaatregelen die momenteel in het Catshuis worden bedacht, zijn erop van invloed. De verschillen zullen desondanks eerder bedrijfsgerelateerd dan sectorgerelateerd zijn.’

Werknemers verwachten loonsverhoging
Ondanks de halvering van de budgetten, blijkt uit onderzoek van Monsterboard dat 43 procent van de Nederlanders wel een loonsverhoging verwacht. Slechts 37 procent van de Nederlandse respondenten zeker dat er dit jaar geen verhoging in zit. Een vijfde geeft aan dat zijn salarisverhoging niet voorspelbaar is. Nederlanders blijken daarmee opvallend optimistischer gestemd dan werknemers uit andere landen: wereldwijd verwacht ongeveer een derde van de mensen dit jaar meer salaris te krijgen.

bron: P&Oactueel

Compensatie loonkosten oudere zieke werknemer in aantocht

Onlangs heeft minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat het mogelijk moet maken om onder voorwaarden compensatie te krijgen voor de loonkosten als oudere voormalig werkloze werknemers ziek worden. De compensatieregeling moet op 1 juli in werking treden.

Het voorstel 'Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalige langdurig werklozen' biedt u compensatie voor de loonkosten bij ziekte van een oudere werknemer die langer dan dertien weken ziek is. UWV geeft u deze compensatie alleen als de werknemer ziek wordt in de eerst vijf jaar na indiensttreding. Verder geldt de regeling alleen voor werknemers die op de ingangsdatum van 1 juli 55 jaar of ouder zijn. Ook mag u de regeling alleen gebruiken als de werknemers voordat zij in dienst kwamen minstens 52 weken werkloos waren. U kunt de uitkering van UWV verrekenen met wat u de werknemer moet uitbetalen tijdens zijn ziekte. Deze regeling wijkt dus af van het principe dat werkgevers de eerste twee ziektejaren zelf voor de loonkosten opdraaien. Dit moet het in dienst nemen van oudere en langdurig werklozen stimuleren. Vergeet echter niet dat u zelf verantwoordelijk blijft voor de re-integratie van de werknemer!

Landelijk netwerk van mobiliteitscentra

Belofte maakt schuld. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beloofde eind vorig jaar dat er - in het kader van de afspraken voor de bestrijding van de economische crisis - snel een landelijk netwerk van mobiliteitscentra zou komen. Onlangs is het 33e centrum geopend en is de landelijke dekking een feit. Maar wat heeft u er eigenlijk aan?

In mobiliteitscentra werken UWV, UWV WERKbedrijf, gemeenten, provincies, onderwijsinstellingen, loopbaancentra, re-integratiebedrijven, uitzendbureaus en werkgevers samen om werknemers die door de economische crisis met ontslag worden bedreigd zo snel mogelijk aan nieuw werk te helpen.

Inspannen
Mobiliteitscentra bieden begeleiding bij detachering in geval van tijdelijk overtollig personeel en helpen organisaties met het herplaatsen van werknemers als ze te maken hebben met gedwongen ontslagen. In het ideale geval gebeurt herplaatsing in de eigen sector, maar als daar echt geen vacatures meer zijn, is het ook mogelijk om in een andere branche aan de slag te gaan. Zo nodig gebeurt dat met behulp van omscholing. De mobiliteitscentra ondersteunen ook bedrijven die van de bijzondere regeling werktijdverkorting gebruikmaken. Zij zijn immers verplicht om zich in te spannen voor het scholen en detacheren van de werknemers die ze tijdelijk minder inzetten.

Antwoord
Er is zo veel vaart gezet achter de introductie van de centra omdat het antwoord op de crisis volgens minister Donner juist gevonden moet worden in arbeidsmobiliteit, begeleiding van-werk-naar-werk, scholing en omscholing. Tot nu toe blijken mobiliteitscentra inderdaad een gunstige invloed te hebben op de werkloosheidsduur. Er is onder meer een centrum in Emmen, Assen, Rotterdam, Enschede, Nijmegen, Beverwijk, Eindhoven, Den Bosch, Heerlen en Sittard