Frequent verzuim leidt tot lang verzuim

Mensen die frequent verzuimen, vervallen relatief vaak in lang verzuim. Ook is het zo dat mensen die frequent dan wel langdurig verzuimen, vaak in herhaling vallen.
Dat blijkt uit onderzoek waarop Petra Koopmans, onderzoeker bij ArboNed, op 9 december 2009 promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Koopmans onderzocht bij ArboNed de verzuimgegevens van 54.000 Nederlanders. Frequent verzuim is een sterke voorbode van langdurig verzuim, zo blijkt: van de werknemers met een frequent verzuim heeft 50 procent vervolgens een jaar met lang verzuim. Tevens is het een voorspeller van herhalend frequent verzuim: 61 procent heeft opnieuw een jaar met frequent verzuim, ten opzichte van 16 procent in de vergelijkingsgroep.

Bovendien hebben werknemers met een frequent verzuim een grotere kans om in de vier jaar erna langer dan een jaar arbeidsongeschikt te worden, namelijk 11 procent (tegenover 4 procent in de vergelijkingsgroep). Van de werknemers met een langdurig verzuim, verzuimt bijna de helft opnieuw lang in de vier jaren erna. Petra Koopmans: ‘Er is duidelijk onderscheid in soorten verzuim. Zo heeft verzuim wegens psychische klachten een hoge herhaalkans en alhoewel psychisch verzuim meer voorkomt bij vrouwen dan bij mannen, is de herhaalkans gelijk.’

Redenen

Waarom frequent verzuim precies leidt tot langdurig verzuim is gek genoeg nog onduidelijk: ‘Dat is nog niet onderzocht en is wat mij betreft zeker reden voor vervolgonderzoek. Wel heb ik er ideeën over. Waarschijnlijk zijn er twee groepen werknemers: enerzijds de mensen met een zwakkere gezondheid die eerst af en toe ziek zijn en vervolgens chronisch. Anderzijds zijn er werknemers die niet zozeer qua gezondheid als wel qua gedrag afwijken: mensen met een lagere belastbaarheid, mensen die eerder geneigd zijn om toe te geven aan ongemakken en mensen met minder loyaliteit ten opzichte van de organisatie.’

Onderscheid

Wanneer de helft van de frequent-verzuimers vervalt in langdurig verzuim en de andere helft niet, zou het voor werkgevers natuurlijk handig zijn die twee groepen te kunnen scheiden en er beleid op te ontwikkelen. Toch is zo’n onderscheid volgens Koopmans niet te maken. ‘We weten dat vrouwen een (nog) iets grotere kans lopen om langdurig te gaan verzuimen, evenals mensen in lagere functies en ouderen. Maar wanneer je een echt voorspellend model wil, dan zijn daar veel meer gegevens voor nodig. Je moet dan bijvoorbeeld ook kijken naar de werkbeleving en de thuissituatie. Pas dan kun je met een grotere mate van waarschijnlijkheid het verzuim gaan voorspellen.

Psychische aandoeningen en depressie
Uit het onderzoek bleek verder dat psychische aandoeningen een belangrijke oorzaak voor ziekteverzuim en langdurige arbeidsongeschiktheid zijn. Ziekteverzuim wegens psychische aandoeningen komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en het meeste risico zit in de leeftijdsgroepen 30-39 jaar en 40-49 jaar. Het aantal dagen verzuim om deze reden is het hoogst in de publieke sector en het onderwijs, gevolgd door financiële dienstverlening en de gezondheidszorg. Oudere werknemers verzuimen langer door depressieve klachten dan jongere werknemers, en werknemers in kleine bedrijven verzuimen langer dan werknemers in grotere bedrijven. De duur van een depressieve periode in Nederland is vergelijkbaar met die in andere landen, maar de duur van het ziekteverzuim is langer.

Taak voor P&O
Voor P&O is het vooral zaak om verzuim niet te laten versloffen. Koopmans: ‘Werkgevers moeten niet alleen alert zijn op langdurig verzuim, maar ook op kort en frequent verzuim. Je moet het dus goed in kaart brengen en dat terugkoppelen aan de lijnmanagers. Vaak hebben die geen idee dat sommige werknemers zoveel verzuimen. Vervolgens kun je die lijnmanagers begeleiden in de begeleiding van de mensen die verzuimen. Pas in een laatste stadium kunnen ze het zelf gaan overnemen.’

bron: P&Oactueel