Kleine werkgever onderschat personeelsadministratie

Ondernemers met minder dan 25 medewerkers, besteden gemiddeld twee uur per week aan de administratie van personeelszaken. 90 procent denkt dat dit voldoende is om alle personeelszaken goed te kunnen regelen. Uit een analyse van Mercer Direct blijkt echter dat zij dit flink onderschatten.

Onder administratieve taken behoren onder meer het doorgeven van mutaties en nieuwe medewerkers aan verzekeraars of het UWV. Daar hoort ook bij het controleren van deze mutaties, het samenstellen van kostenoverzichten en administratie en communicatie van werknemersverzekeringen. Doordat veel ondernemers de administratie tussen de bedrijven door doen, is het risico op fouten aanzienlijk.

WIA-aanvragen niet op orde
Pieter Meiboom, Senior Consultant bij Mercer Direct merkt op: ‘Vooral bij WIA-aanvragen gaat het fout. 10 tot 15 procent daarvan is niet op orde. Ruwweg zijn er per jaar circa 60.000 aanvragen, dus jaarlijks gaat het dan om zo’n 9.000 missers. Als je dan weet dat per misser de directe kosten of schadelast kan oplopen tot maar liefst 4.000 euro dan gaat het dus om miljoenen euro’s aan missers. Een serieus financieel risico voor het niet op orde hebben van je personeelsadministratie en het niet nakomen van de zorgplicht.’

Nakomen van zorgplicht
Alle werkgevers in Nederland moeten voldoen aan de zorgplicht. Hiermee zijn ze verantwoordelijk voor het inrichten van werkomstandigheden waarbij de werkgever naar redelijkheid en billijkheid voorkomt dat de werknemer schade lijdt. Verzekeringsoplossingen ter dekking van financiële- en materiële schade én adequate informatievoorziening horen hier bij.

Communicatie
Naast gedegen administratief beheer, is communicatie van de inhoud van verzekeringen aan het personeel een belangrijk onderdeel. Slechts 42 procent van de medewerkers bij kleine ondernemingen is echter van mening dat er op een duidelijke manier gecommuniceerd wordt over hun arbeidsvoorwaarden. Minder dan de helft (43 procent) zegt de informatie die zij over arbeidsvoorwaarden ontvangen, ook te begrijpen.

Met het oog op de zorgplicht is uitleg aan medewerkers over hun arbeidsvoorwaarden erg belangrijk. Zij moeten begrijpen wat de voorwaarden inhouden.

Ontslag met wederzijds goedvinden telt mee bij collectief ontslag per maart 2012

De Wet melding collectief ontslag (WMCO) is aangenomen door de Eerste Kamer, en zal per 1 maart 2012 in werking treden. Bij een reorganisatie tellen vanaf dat moment ook ‘beëindigingen met wederzijds goedvinden’ mee bij de vraag of de WMCO van toepassing is. Dat meldt werkgeversorganisatie AWVN.

Reorganisatie
Als er bij een reorganisatie sprake is van het voornemen om 20 of meer arbeidsovereenkomsten te beëindigen binnen 3 maanden en binnen één werkgebied (= één van de zes districten van UWV WERKbedrijf), dan is de WMCO van toepassing. Niet meer van belang is of de werkgever ontslagvergunningen wil aanvragen bij UWV, ontbindingsverzoeken wil indienen bij de kantonrechter of vaststellingsovereenkomsten wil sluiten: alle vormen van beëindigingen tellen mee, mits het er in totaal ten minste 20 zijn.

Als de WMCO van toepassing is, moet de reorganisatie gemeld worden bij UWV, en moeten vakbonden geraadpleegd zijn voordat er sprake kan zijn van een gang naar UWV of de kantonrechter, of het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Voldoet de werkgever niet aan zijn verplichtingen conform de WMCO, dan kan de werknemer een opzegging of vaststellingsovereenkomst vernietigen. Dit geldt niet voor een door de kantonrechter ontbonden arbeidsovereenkomst.

Vanaf 2012 geen extra tijdelijke contracten voor jongeren meer

De maatregel die het tijdelijk mogelijk maakte dat voor jongeren tot 27 jaar pas na 4 jaar (of na 4 contracten voor bepaalde tijd) een vast contract ontstaat, wordt niet verlengd. De maatregel loopt nu op 31 december 2011 af. Dat meldt werkgeversorganisatie AWVN.

Minister Kamp heeft besloten om de betreffende crisismaatregel, ‘Extra tijdelijke contracten voor jongeren’, niet te verlengen, zo heeft hij 9 december in brieven aan de Eerste en Tweede Kamer bekendgemaakt. De maatregel kon worden verlengd tot uiterlijk 1 januari 2014.

Uit een evaluatie door bureau Astri blijkt enerzijds dat de maatregel voor een aantal jongeren het beoogde effect heeft gehad. Zo’n 10.000 jongeren die anders geen vierde contract hadden gekregen bij dezelfde werkgever, zijn dankzij de maatregel aan het werk gebleven. Anderzijds: zonder de maatregel zouden 9.000 jongeren waarschijnlijk een vast contract hebben gekregen.

Overgangsrecht
Vanaf 1 januari 2012 geldt de ‘oude’ ketenbepaling van artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek weer. Er is een uitzondering gemaakt voor werknemers die onder de tijdelijke regeling vallen en bij het vervallen daarvan in het vierde contract zitten of de periode van dan 36 maanden hebben gepasseerd. Zij krijgen, zolang ze nog geen 27 jaar zijn, op het moment van het vervallen van de regeling geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar pas bij het vijfde contract of na afloop van de periode van 48 maanden.

Bron: AWVN

Flinke beperking aan loondoorbetalingsverplichting 65-plussers

Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de loondoorbetalingsplicht bij zieke 65-plussers verkorten. De minister gaat daarvoor een wetsvoorstel indienen. Daarnaast wordt ook de ontslagtermijn voor 65-plussers korter. In augustus jl. maakte Kamp aan de Tweede Kamer bekend dat hij maatregelen wil nemen om enerzijds ouderen te stimuleren langer te blijven werken en anderzijds het in dienst houden en nemen van ouderen aantrekklik te maken.
Werkgevers krijgen in de toekomst een loondoorbetalingsplicht van zes weken, als werknemers die 65 jaar en ouder zijn, ziek zijn.

Ook beperkt Kamp de ontslagtermijn voor 65-plussers. Afhankelijk van wat in de cao is vastgelegd, bedraagt de opzegtermijn nu één tot vier maanden. De bewindsman wil de ontslagtermijn voor pensioengerechtigde werknemers terugbrengen naar één maand.

bron: HRpraktijk

TNO geeft tips voor scholing van lager opgeleiden

TNO onderzocht hoe lager opgeleide werknemers gestimuleerd kunnen worden voor scholing. Een rapport daarover verscheen onlangs.
Volgens TNO-onderzoeker Astrid Hazelzet is er een spanning waarneembaar op de arbeidsmarkt. ‘Aan de ene kant zie je dat een Leven Lang Leren belangrijk is om mensen duurzaam inzetbaar te houden en dat er steeds hogere eisen aan werknemers worden gesteld. Willen zij interessant blijven voor werkgevers, dan is het belangrijk dat ze regelmatig een opleiding volgen. Aan de andere kant zie je dat de deelname aan opleidingen juist afneemt. Een spanningsveld dus, tussen wat we denken wat goed is voor lager opgeleiden en wat we in de praktijk zien.’


Werkgevers investeren minder
Een van de redenen dat lager opgeleide werknemers minder opleidingen volgen, is dat werkgevers minder in hen investeren. Hazelzet: ‘Wat we zien is dat werkgevers liever investeren in high potentials, maar het is niet verstandig. Kijk naar de aankomende krapte, en je weet dat het zinnig is om mensen aan je te binden. Bovendien worden je producten en diensten beter met geschoolde mensen, waardoor je concurrentiepositie verbetert.’

Functioneringsgesprekken
Uit het onderzoek blijkt dat feedback op het functioneren direct van invloed is op het volgen van opleidingen: ‘Als je mensen informatie geeft over het doel en resultaat van hun werk en hoe goed zij hun werk doen, worden ze zich bewuster van wat ze wel en niet kunnen. De tip aan bedrijven die hun werknemers in beweging willen krijgen voor scholing is dus om feedback te geven op het werk dat mensen doen.’

Intentie
Een andere belangrijke factor die werknemers in beweging krijgt voor scholing, is hun intentie (voornemen) te stimuleren. Daarbij zijn drie dingen van belang:

Een positieve houding ten aanzien van scholing.
De mening van anderen in de omgeving, zoals collega’s, een partner of familieleden.
Het geloof in eigen kunnen om scholing te volgen en met succes af te ronden (self efficacy).
Volgens Hazelzet kunnen werkgevers de intentie van werknemers op een paar manieren bevorderen: ‘Geef mensen voldoende informatie over de voordelen en vertel ze waarom het belangrijk is om bij te blijven. Stuur informatie over opleidingen bovendien naar het huisadres zodat er daar ook over gesproken wordt. Daarnaast is het belangrijk dat leidinggevenden het zelfvertrouwen van mensen bevorderen: geef werknemers complimenten wanneer ze iets nieuws beginnen en maak negatieve gevoelens over niet afgemaakte opleidingen in het verleden bespreekbaar. Selecteer opleidingen waarin geen formele examens te boventoon voeren.’

Nog twee aanbevelingen
Daarnaast zijn er nog twee dingen die P&O’ers kunnen doen om scholing onder lager opgeleiden te bevorderen: ‘Je moet als bedrijf wel de randvoorwaarden creëren waarin scholing mogelijk is. Dat kan per persoon verschillen. De één heeft een privéleven dat voldoende ruimte biedt om naast het werk met de opleiding bezig te zijn, de ander kan bijvoorbeeld door mantelzorgverplichtingen minder tijd beschikbaar hebben. Waardeer initiatieven als mensen er zelf mee komen. Als mensen zeggen dat het te zwaar is om werk, privé èn een opleiding te combineren, kun je kijken wat daarin mogelijk is.’
Daarnaast is het belangrijk om als bedrijf richting te geven: ‘Als je wilt dat werknemers zich scholen, is het handig dat ze weten in welke richting het bedrijf zich ontwikkelt. Met andere woorden: waar staat de organisatie over vijf jaar en welke competenties moet men dan hebben? Je kunt als werkgever niet zeggen: “Ontwikkel je maar”. Het is echt een wisselwerking.’

Bron: P&Oactueel.