De wijzigingen voor HR in 2016


Na jaren van teruggang, moet 2016 het jaar worden waarin werkenden eindelijk iets merken van de economische groei. HR-professionals moeten vooral rekening houden met de verdere invoering van arbeidswetten en de uitwerking van eerdere wetsvoorstellen. Personeelsnet geeft hier een overzicht van de belangrijkste veranderingen in het HR-vakgebied voor 2016.
De koopkracht van ruim 80 procent van de mensen gaat er in 2016 financieel op vooruit, meldt het kabinet op Prinsjesdag. Dat geldt dan vooral voor mensen met werk, want het kabinet verlaagt de belastingen op arbeid. Daardoor gaan mensen met een baan er gemiddeld 2,6% op vooruit. Relatieve verliezers zijn mensen met een uitkering en gepensioneerden: zij hebben geen profijt van een lagere belasting op arbeid, maar het kabinet zorgt wel dat zij er gemiddeld niet op achteruit gaan.
Grootste pijnpunt blijft de werkloosheid. Deze neemt wel af, maar het tempo ligt nog te laag. Er zijn september 2015 ruim 100 duizend meer mensen aan het werk dan een jaar geleden en volgend jaar zal de werkloosheid naar verwachting blijven dalen. Maar het kabinet wil de werkgelegenheid blijven stimuleren, want de daling gaat niet snel genoeg.
Uitwerking sociaal akkoord
  • In 2015 gingen al heel wat oude zekerheden voor HR-professionals op de schop. Maar ook in 2016 staan nog steeds hervormingen voor HR op het programma die het gevolg zijn van de afspraken in het sociaal akkoord. Bij de uitwerking van het sociaal akkoord gaat het volgens het kabinet ‘om meer dan alleen het naleven van de letter van de wet; het gaat om een maatschappelijke verandering waarin dewaarde van werk voorop staat’.
  • De Wet werk en zekerheid(WWZ) en de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) zijn de pijlers onder de uitwerking van het sociaal akkoord en bieden het juridisch kader voor de verbetering van de balans tussen vast en flexibel werk en de bestrijding van schijnconstructies.
  • De WWZ is sinds 1 juli 2015 volledig van kracht  en op 1 januari 2016 treden de laatste onderdelen van de WAS in werking. De eerste onderdelen zijn al op 1 juli 2015 in werking getreden. Per 1 januari 2016 moet ten minste het gedeelte van het loon gelijk aan het wettelijk minimumloon giraal worden uitbetaald. Daarnaast mogen er geen bedragen meer worden ingehouden op of verrekend met het wettelijk minimumloon. Ten slotte dienen werkgevers te zorgen voor een heldere en transparante loonstrook door op de loonstrook te specificeren welke onkostenvergoedingen, verrekeningen en inhoudingen er zijn.
  • Het komt er volgens het kabinet op aan dat de hervormingen ook in de praktijk gaan werken. Opmerkelijk is dat het ministerie van SZW in de toelichting van de begroting stelt dat het deze twee wetten indien nodig kan ‘bijsturen als ze niet of onvoldoende bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen’. Dat zou moeten blijken uit contact met maatschappelijke partijen, zoals de sociale partners.
Lagere loonkosten voor werk
Het kabinet trekt in 2016 ruim 5 miljard euro uit voor diverse loonkostenmaatregelen die de lasten op werk structureel verlagen:
  • Het verhogen van de arbeidskorting en het verlagen van de tweede en derde schijf in het belastingtarief. Hierdoor wordt werken meer lonend.
  • Daarnaast wordt de derde belastingschijf verlengd. Werkenden met midden- en hogere inkomens gaan er hierdoor volgend ook op vooruit.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verhoogd, waardoor ouders met kinderen minder belasting gaan betalen.
  • De kinderopvangtoeslag wordt verhoogd voor alle ouders. Hierdoor wordt het voor ouders gemakkelijker werk en zorg voor kinderen te combineren.
  • Er komt voor werkgevers een nieuw systeem met tegemoetkomingen in de vorm van loonkostenvoordelen. Daarnaast wil het kabinet het zogenoemde lage-inkomensvoordeel invoeren. Beide maatregelen moeten werkgevers stimuleren om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen. De maatregelen staan in het Wetsvoorstel tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Dit wetsvoorstel is onderdeel van het Belastingplan 2016.
  • Het lage-inkomensvoordeel (LIV) komt beschikbaar voor werkgevers die mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt in dienst hebben. Dat zijn mensen met een inkomen tussen 100 procent en 120 procent van het minimumloon. Vanaf 2017krijgen werkgevers zo een tegemoetkoming van maximaal € 2.000 per jaar voor elke werknemer die rond het minimumloon zit. Werkgevers krijgen dit zodat de loonkosten laag blijven zonder dat de werknemer salaris inlevert. Hierdoor wordt het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om mensen met een laag inkomen aan te nemen. Dit kost 500 miljoen euro.
  • Het wordt ook aantrekkelijker voor kleine werkgevers om via depremiekorting werkloze jongeren, ouderen en arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Kleine werkgevers kunnen nu nog niet optimaal van de premiekorting profiteren. Dat komt doordat de premies die zij moeten afdragen vaak lager zijn dan de premiekorting. Waardoor ze geen recht hebben op het volledige bedrag. Een wetsvoorstel hiervoor ligt nu in de Tweede Kamer.
Onderzoek naar Wettelijk minimumloon
  • Het wettelijk minimumloon is opgesteld toen een 40-urige werkweek nog de standaard was, maar vandaag werken mensen vaker in deeltijd of doen losse klussen. In cao’s zijn verschillen gekomen in de lengte van de werkweek, waardoor de handhaving lastig wordt.
  • In het najaar van 2015 stuurt het kabinet daarom een verkennende notitie over deherziening van het wettelijk minimumloon naar de Tweede Kamer. Daarbij zal het kabinet onder meer ingaan op de wenselijkheid en de mogelijkheid om te komen tot een wettelijk minimumuurloon, het minimumjeugdloon, het stukloon en de reikwijdte van het wettelijk minimumloon.
Scholingsgeld en inzetbaarheid werknemers
  • In 2016 stelt het kabinet € 182 miljoen beschikbaar voor sectorplannen om de arbeidsmarkt te verbeteren. Door de sectorplannen kunnen werknemers die hun baan verliezen eerder aan ander werk worden geholpen. De goedgekeurde sectorplannen bevatten maatregelen voor ruim 400.000 werknemers.
  • De aanvraagperiode voor de huidige sectorplannen (voor scholing en werkgelegenheidsbevordering) is gesloten. Als er geld overblijft uit de sectorplannen, wil de minister het geld op een andere manier gebruiken om mensen van werk naar werk te begeleiden. De minister zal hierover in het najaar een brief sturen aan de Tweede Kamer.
  • Het kabinet verlengt voor ouderen het actieplan 50pluswerkt. Het blijft ook in 2016van kracht. Het doel is ouderen aan werk te helpen. Onder meer via scholingsvouchers, netwerktrainingen en een vergoeding voor begeleiding naar werk.
  • De verhoging van de AOW-leeftijd en de snel veranderende arbeidsmarkt vergroten de noodzaak voor werkgevers en werknemers om werk te maken van duurzame inzetbaarheid, zodat werknemers niet al voor hun pensioen uitvallen. Het kabinet maakt met MKB-Nederland afspraken om ook in het midden- en kleinbedrijf werk te maken van duurzame inzetbaarheid. Nu zijn hiervoor bij die bedrijven vaak minder middelen beschikbaar dan bij grote ondernemingen.
  • De campagne rondom werkstress loopt door en geeft in 2016 in het bijzonder aandacht aan psychosociale arbeidsbelasting veroorzaakt door ongewenste omgangsvormen als discriminatie en seksuele intimidatie. Ook in 2016 krijgt het vroegtijdig, in het (beroeps)onderwijs, aanleren van de juiste competenties ten aanzien van gezond en veilig werken extra aandacht.
Meer koopkracht voor werkenden
  • Veel mensen hebben de economische crisis gevoeld in hun portemonnee, maar nu de economie nu weer in de lift zit, wil het kabinet ook mensen die niet werken ondersteunen. De voorgenomen bezuinigingen op de huur- en zorgtoeslag gaan in 2016 niet door en ook de belasting voor gepensioneerden wordt verlaagd. Het resultaat van deze maatregelen is dat uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden er in 2016 gemiddeld ietsje (0,2 procent) op vooruit gaan.
  • Dat steekt schril af tegen de koopkracht voor werkenden, die er met gemiddeld 2,6 procent veel meer op vooruit gaat. Werkenden profiteren namelijk van de 5 miljard lastenverlichting op arbeid. Het kabinet kiest daarvoor, omdat het vindt dat arbeid goedkoper moet worden voor werkgevers en meer moet lonen voor werknemers.
Bron: Personeelsnet